geselecteerd als gefixeerd bericht
hoi
hoi dit is het 2e deel van mijn web-log over anorexia, deze gaat meer over boulimia
hoi
hoi dit is het 2e deel van mijn web-log over anorexia, deze gaat meer over boulimia
OORZAKEN VAN ANOREXIA:
Er zijn verschillende verklaringen gegeven voor het ontstaan van eetstoornissen.
Waarschijnlijk speelt het slanksheids-ideaal (en de druk die daarmee op vrouwen wordt gelegd) een belangrijke rol. Vandaar ook wel de naam ‘Twiggy-syndroom’, naar een mager fotomodel uit de jaren vijftig en zestig.
Tegenwoordig wordt aangenomen dat een combinatie van lichamelijke, psychische en sociale factoren het ontstaan van de eetstoornis bexefnvloeden:
- Er is een verband tussen eetgedrag en depressie; hoe die samenhang precies is (wat is oorzaak, wat is gevolg) is nog onduidelijk.
- Vreetbuien kunnen beschouwd worden als een vorm van geconditioneerd gedrag: bij vervelende gebeurtenissen, frustraties en dergelijke grijpt iemand automatisch naar eten.
- Met name bij boulimia nervosa kunnen traumatische ervaringen uit de kinder- en jeugdjaren, zoals mishandeling of seksueel misbruik, van invloed zijn op het ontstaan van een eetstoornis.
- Een verstoorde moeder-kind-relatie of de angst voor volwassenheid kunnen een rol spelen. Anorexia nervosa remt de lichamelijke groei naar volwassenheid.
- Aangeboren karaktertrekken zijn wellicht van invloed. Het blijkt dat boulimia en anorexia-patixebnten relatief vaker bepaalde (overheersende) denkwijzen hebben, zoals een negatief zelfbeeld, sterk zwart-wit denken of de neiging tot perfectionisme.
- Er zijn bepaalde gezinskenmerken die bij patixebnten met eetstoornissen vaker voorkomen. De vraag is echter of deze kenmerken niet juist het gevolg in plaats van de oorzaak van de eetstoornis zijn.
KENMERKEN:
1. Angst om dik te worden
Zelfs bij een te laag lichaamsgewicht bestaat er een sterke angst om dik te worden
2. Gestoord lichaamsbeeld
De wijze waarop lichaamsgewicht, maten en vorm worden waargenomen is gestoord. Zelfs in een uitgemergelde toestand voelt de patixebnte zich nog dik.
De Quetelet-index (QI), gedefinieerd als het gewicht in kg gedeeld door het kwadraat van de lengte in meters, is een eenvoudige en klinisch zeer bruikbare maat om de vetmassa van een bepaald individu te schatten. Voor vrouwen tussen 19 en 24 jaar wordt een QI tussen 19 en 24 als normaal beschouwd. Indien een patixebnte denkt dat voor haar een lagere QI normaal is, kan dat meestal opgevat worden als een uiting van een gestoord lichaamsbeeld.
3. Weigering normaal lichaamsgewicht te handhaven
Het lichaamsgewicht is vaak meer dan 15% te laag
4. Amenorroe
Vaak blijft de menstruatie uit (amenorroe), bij 80% van de vrouwen voorafgaand aan of gelijktijdig met het eerste gewichtsverlies
5. Hyperactiviteit
Geregeld een opvallend lichamelijke (en vaak ook intellectuele) hyperactiviteit (zwemmen joggen, aerobics, fietsen, hardlopen et cetera) ondanks de vermagering
6. Obsessie met eten
Alles staat in het teken van eten, normale maaltijden worden vermeden, gekozen wordt voor minimaal voedsel met weinig caloriexebn, eten wordt met rituelen en geheimzinnigheid omgeven, gezamenlijke maaltijden worden vermeden, vaak wordt stiekem iets tussendoor gegeten
7. Geringe zelfwaardering
De zelfwaardering is vaak gering, hun zelfdiscipline en weerstand tegen eten lijkt hun enige houvast
8. Vereenzaming
Enerzijds isoleert de patixebnte (uit schaamte) zich zelfs steeds meer anderzijds is er het onbegrip van de omgeving. Geleidelijk gaat zij zich steeds meer afzonderen en is uiteindelijk alleen nog maar bezig met denken over eten, haar lichaam en vaak met overmatige lichaamsbeweging. Hoewel zij vaak grote moeite doet om zich zo aangepast mogelijk te gedragen, is zij zo door haar ziekte geobsedeerd, dat zij haast niets meer voor andere mensen of zaken kan voelen en komt daardoor al gauw in een sociaal isolement
9. Vertraagde seksuele ontwikkeling
Veel adolescenten met anorexia nervosa hebben een vertraagde psychoseksuele ontwikkeling, volwassenen hebben vaak een uitgesproken verminderde interesse in seks
‘Ik denk dat ik boulimia heb zonder over te geven. Kan dat ?’Greet
‘Binge Eating’ zouden we letterlijk kunnen vertalen als (vr)eetbuien. Personen die lijden aan binge eating eten vaak heel erg veel in korte tijd. Ze ervaren hierbij het negatieve gevoel hun eetbui niet onder controle te hebben. Binge eating lijkt op boulimia nervosa, maar toch zijn er enkele verschillen.
eetbuien
Niet iedereen die overmatig eet heeft een ‘echte’ eetbui. Echte eetbuien (zoals die voorkomen bij binge eating, en ook bij boulimia nervosa) zijn gekenmerkt door:
Het frequent eten van abnormaal grote hoeveelheden voedsel (vaak veel sneller eten dan normaal, dit tot men zich oncomfortabel voelt, en ook zonder dat men hongerig is, en op basis van negatieve gevoelens)
Een gevoel het eten niet meer onder controle te hebben, met schuld- of onrustgevoelens achteraf.
binge eating
Eetbuien komen ook voor bij boulimia nervosa. Het verschil tussen binge eating en boulimia nervosa bestaat er in dat personen met boulimia pogingen doen om het voedsel terug te ‘verwijderen’ of te ‘verwerken’ na de eetbui door.
Een aantal gedragingen komen bij binge eating (na de eetbui) NIET voor:
medicatie gebruiken (laxeermiddelen, waterafdrijvende geneesmiddelen)
een langere periode niets meer te eten (24 uur of langer)
overmatige sportbeoefening
overgeven
Bij binge eating zijn er dus enkel eetbuien, en geen ‘pogingen om de eetbui ongedaan te maken’.
gevolgen en behandeling
Binge eating trekt nog maar relatief recent de aandacht van onderzoekers en behandelaars. Dit is eigenaardig gezien het toch relatief vaak voorkomt (naar schatting 2% van de volwassenen zou eraan lijden, iets meer vrouwen dan mannen). Dikwijls gaat het gepaard met een overgewicht, met negatieve medische gevolgen zoals suikerziekte, hoge bloeddruk, cholesterol, enz. Overgewicht komt echter niet altijd voor bij binge eating.
Dieten (zeker bij personen met binge eating maar zonder ernstig gewichtsprobleem) is niet aan te raden. Het volgen van een dieet heeft immers soms een omgekeerd effect met verergering van de eetbuien. Psychotherapie kan aangeraden zijn, enerzijds om de eetgewoonten aan te passen, en anderzijds om anders te reageren (anders dan met een eetbui) op negatieve situaties en gevoelens.
Algemeen
Over de oorzaken is maar weinig bekend. Vaak wordt gezocht naar xe9xe9n verklaring, maar er is eerder sprake van verschillende invloeden van psychologische, sociaal-culturele en biologische aard, die met elkaar in wisselwerking staan en die wisselen van persoon tot persoon. Een aantal van die factoren die van belang zijn worden hieronder genoemd. * Het slankheidsideaal
Het slankheidsideaal zoals ons wordt opgedrongen door de media zet aan tot lijnen en een preoccupatie met het uiterlijk
* Verslaving
Men kan boulimia als een vorm van verslaving beschouwen
* Angst
Er is een overeenkomst tussen het angstreducerend effect van de gewichtscontrolerende handelingen (braken, misbuik medicatie, vasten) en dwanghandelingen bij de obsessieve compulsieve stoornis
* Dissociatie
Vreetbuien kunnen ook worden opgevat als een vorm van dissociatie, dat wil zeggen het los raken van de realiteit, “het er even niet zijn”. Dissociatie is een veel voorkomend mechanisme om te kunnen ontsnappen aan heftige emoties naar aanleiding van een of andere traumatische ervaring
* Gezinsaspecten
De patixebnten met boulimia behoren vaak tot hogere sociale klassen. Het gezin van de patixebnte met boulimia wordt gekenmerkt door controle en wederzijdse emotionele afhankelijkheid, gepaard met sterke spanningen en conflicten, die vaak niet openlijk of direct geuit worden
* Biologische factoren
Disregulatie van serotonerge en dopaminerge (beide zogenaamde neurotransmitters) systemen wordt zowel bij anorexia nervosa als bij boulimia nervosa gevonden en draagt waarschijnlijk tot het ontstaan van de eetstoornis. Mogelijk ontstaat echter ook secundair een verstoring van het serotonerge systeem door verminderde inname van tryptofaan, een precursor van serotonine (stof waaruit serotonine wordt opgebouwd).
Epidemiologie
* Incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar)
In Nederland is door het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg (NIVEL) onderzoek verricht naar de incidentie van eetstoornissen in de huisartsenpraktijk. De incidentie van boulimia nervosa wordt geschat op 12 bij 100.000 huisartsenpatixebnten per jaar.
* Prevalentie (totaal aantal gevallen die er op een bepaald moment zijn)
De prevalentie wordt geschat op 1 tot 3%.
* Leeftijd
De grote meerderheid is ouder dan twintig jaar.
* Sekse
Boulimia nervosa komt bijna uitsluitend voor bij vrouwen. Lesbiennes hebben minder vaak een eetprobleem, terwijl homoseksuele mannen juist vaker een eetprobleem ontwikkelen.
* Socio-economische status
Ongeveer een kwart is getrouwd of woont samen met een vaste vriend. Net zoals bij anorexia zijn de meeste vrouwen afkomstig uit de hogere sociale klassen.
Behandeling
* Medisch
Uiteraard dienen eerst eventuele lichamelijke complicaties behandeld te worden. Bijvoorbeeld bij een te laag kalium in het bloed wordt kalium in tabletvorm gegeven.
* Psychotherapie
Cognitieve (gedrags)therapie
Bij de behandeling van boulimia nervosa verdienen psychotherapeutische methoden meestal de voorkeur. Uit diverse onderzoeken blijkt dat cognitieve gedragstherapie het meest succesvol is.
Bij de cognitieve therapie is de overmatige zorg rond uiterlijk en gewicht van belang. Onder deze preoccupatie gaat een lage zelfwaardering schuil. Een eerste aspect is dan ook het corrigeren van de disfunctionele gedachte rond uiterlijk en gewicht.
Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT)
IPT is een therapievorm die in verschillende onderzoeken effectief is gebleken in de behandeling van ambulante depressieve patixebnten, waarbij het accent vooral gericht is op het sociale functioneren.. Het is een kortdurende focale behandeling die na training door ervaren psychiaters en psychotherapeuten vrij eenvoudig uit te voeren is. De voor eetstoornissen gemodificeerde vorm van IPT besteedt geen aandacht aan de symptomen van boulimia nervosa.
* Farmacotherapie
Fluoxetine (Prozac) is het beste onderzochte en het enige antidepressivum dat voor boulimia nervosa is geregistreerd. Het percentage patixebnten dat na behandeling met antidepressiva volledig gestopt was met boulimisch gedrag varieerde in de verschillende onderzoeken van 4 tot 68%. Of de klachten na het staken van het antidepressivum weer terugkeren is slecht onderzocht.
* Zelfhulpgroepen
Een onderzoek heeft aangetoond dat ongeveer 20% van de patixebnten met boulimia nervosa baat heeft bij deze vorm van behandeling.
* Gespecialiseerde zorg
De door het Ministerie van VWS ingestelde Stuurgroep Eetstoornissen Nederland (SEN) heeft een eindrapport uitgebracht in 1998. Het rapport geeft een helder overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de gespecialiseerde zorg voor patixebnten met een eetstoornis in Nederland.
Complicaties
* Vochtverlies
Door het braken of misbruik laxantia en / of diuretica gaat er vocht verloren, hetgeen kan leiden tot dehydratatie (onttrekking vocht aan bloedvaten en ruimten er omheen). Gevolgen van dehydratatie zijn aanvankelijk dorst en een droge huid, bij ernstig
vochtverlies daalt de bloeddruk. Klachten passend bij een (te) lage bloeddruk zijn: duizelig bij plotseling opstaan, gevoel flauw te vallen, zwak en zweverig voelen.
* Elektrolytstoornissen
Overmatig braken en misbruik laxantia leidt tot verlies van natrium en kalium (electrolieten). Een matig natriumtekort leidt tot misselijkheid, een ernstig tekort kan leiden tot insulten, sufheid en verward gedrag. Een kaliumtekort leidt tot moeheid, slappe spieren en obstipatie, een ernstig kan leiden tot de dood. Braken leidt tot verlies van chloor, waardoor de zuurgraad van het bloed verandert.
Ook zijn lage concentraties van magnesium, fosfaat en calcium mogelijk. Elektrolytstoornissen kunnen acute hartdood, geleidings- en ritmestoornissen van het hart en cardiomyopathie (hartspierziekte) veroorzaken.
* Erosie tandglazuur
Door het braken komt er maagzuur in de mondholte. Maagzuur beschadigt het tandglazuur en tandvlees, er ontstaat carixebs en vullingen van kiezen worden aangetast.
* Hypertrofie speekselklieren
Overeten en braken leidt tot vergroting van de bij het oor gelegen speekselklieren. Deze vergroting begint al na enkele dagen na het begin van een periode met vreetbuien en braken en komt voor bij tot 20% van de patixebnten.
* Maag- en slokdarmbeschadigingen
Door het eten van een grote hoeveelheid voedsel gedurende een eetbui zet de flink maag uit, wat kan leiden tot forse buikpijn. Het vele braken leidt tot irritatie van de slokdarm, een rauwe keel, heesheid en een ontsteking van het slokdarmslijmvlies.
* Darmbeschadigingen
Langdurig misbruik van laxantia kan leiden een verstoring van de normale spierwerking van de darmen. Dit kan leiden tot ernstige obstipatie en in het ernstigste geval bewegen de darmen helemaal niet meer. Tevens kan het leiden tot ontstekingen in de darmen, hetgeen buikpijn, misselijkheid en braken kan veroorzaken.
* Oedeem
Ongeveer 20% van de patixebnten ontwikkelt oedeem, hetgeen soms aanzienlijk verergert na het stoppen van het purgeren, maar ook weer binnen enkele dagen tot weken verdwijnt.
* Gynaecologisch
Bij minstens 50% van de patixebnten ontstaan cyclusstoornissen.
Purgerend gedrag
Purgo betekent zuiveren in het Latijn, purgeren is een synoniem voor laxeren. In deze context wordt purgeren echter gebruikt voor allerlei maatregelen die dienen om vocht en/of eten kwijt te raken.
* Braken
Braken wordt meestal opgewekt door een vinger in de keel te steken, maar kan op den duur al “spontaan” optreden. Soms worden giftige stoffen gebruikt om het braken op te wekken zoals: schoonmaakmiddelen, shampoo, acetylsalicylzuur (aspirine) of paracetamol. Sommige patixebnten braken meer dan 15 maal per dag. Braken is weinig effectief om gewichtsdaling te bewerkstelligen, ook indien meteen na een vreetbui wordt gebraakt is het meeste voedsel de maag al gepasseerd.
* Laxeren
Tussen de 38 en 75% van de patixebnten met boulimie gebruikt laxantia. Als methode om af te vallen is het gebruik van laxantia ineffectief: de meeste voeding wordt opgenomen in de dunne darm, terwijl laxantia aangrijpen op de dikke darm.
* Diuretica (plaspillen)
Ongeveer eenderde van de patixebnten met eetstoornissen heeft wel eens diuretica gebruikt. Chronisch misbruik komt minder voor, waarschijnlijk door de bijwerkingen en het ontbreken van een belangrijk effect op het gewicht.
* Andere middelen
Voorbeelden van andere middelen die misbruikt worden zijn “dieetpillen”, eetlustremmers en specifiek in Nederland het eten van grote hoeveelheden drop, hetgeen laxerend werkt.
Purgerend gedrag
Purgo betekent zuiveren in het Latijn, purgeren is een synoniem voor laxeren. In deze context wordt purgeren echter gebruikt voor allerlei maatregelen die dienen om vocht en/of eten kwijt te raken.
* Braken
Braken wordt meestal opgewekt door een vinger in de keel te steken, maar kan op den duur al “spontaan” optreden. Soms worden giftige stoffen gebruikt om het braken op te wekken zoals: schoonmaakmiddelen, shampoo, acetylsalicylzuur (aspirine) of paracetamol. Sommige patixebnten braken meer dan 15 maal per dag. Braken is weinig effectief om gewichtsdaling te bewerkstelligen, ook indien meteen na een vreetbui wordt gebraakt is het meeste voedsel de maag al gepasseerd.
* Laxeren
Tussen de 38 en 75% van de patixebnten met boulimie gebruikt laxantia. Als methode om af te vallen is het gebruik van laxantia ineffectief: de meeste voeding wordt opgenomen in de dunne darm, terwijl laxantia aangrijpen op de dikke darm.
* Diuretica (plaspillen)
Ongeveer eenderde van de patixebnten met eetstoornissen heeft wel eens diuretica gebruikt. Chronisch misbruik komt minder voor, waarschijnlijk door de bijwerkingen en het ontbreken van een belangrijk effect op het gewicht.
* Andere middelen
Voorbeelden van andere middelen die misbruikt worden zijn “dieetpillen”, eetlustremmers en specifiek in Nederland het eten van grote hoeveelheden drop, hetgeen laxerend werkt.